>> reageer
|
Woensdag 30 mei 2012
In de Groene Stoel: Jaap Smit, voorzitter CNV.
De vakbond CNV gaat al meer dan honderd jaar met zijn tijd mee en loopt daar zelfs graag op vooruit. Vooral in deze tijd van economische crisis, is het CNV alert en houdt zij de arbeidsverhoudingen scherp in de gaten. Als het aan Jaap Smit, voorzitter van CNV, ligt, is het vooral nu belangrijk dat we niet alleen letten op de koopkracht van de Nederlander, maar met name ook aandacht hebben voor lééfkracht. De Betere Wereld vroeg hem om toelichting.
Door Manon Tromp
Wat bedoelt u met de term Leefkracht? Daarmee bedoel ik het vermogen om op een prettige manier de regie over je eigen leven te voeren; om naast je werk en eventuele besognes, ook nog ruimte en energie te houden voor een goed leven met je dierbaren en jezelf. We praten in onze tijd heel veel over centen en procenten, en daar monden de meeste strijden in uit, ook bij onze vakbeweging. Maar als je met mensen praat, gaat het uiteindelijk veel meer om de omstandigheden waarin ze werken, de manier waarop ze hun werk mogen en moeten uitoefenen, en de ruimte die nog overblijft voor hun eigen leven. Met name de regie over je eigen leven. Dat staat in deze tijd enorm onder druk.

Ik ben er destijds mee begonnen, door het woord Leefkracht te introduceren en door te zeggen: dit is waar het ons ten diepste om gaat. Dat betekent níet dat geld niet meer belangrijk is; dat blijft het ook en wij zullen als vakbeweging blijven vechten voor een goede CAO. Ik ben er echter van overtuigd, dat als je als werkgever meer nadruk legt op andere zaken, dat je dan niet met elkaar strijdt over die centen en procenten. Want uiteindelijk gaat het mensen om geluk; en geld speelt daar een rol in maar we moeten niet alles in geld willen uitdrukken.
Dit vraagt wel een andere manier van kijken van organisaties? Organisaties, en dus ook het CNV, kunnen veel meer nadruk leggen op de duurzaamheidsaspecten binnen een relatie tussen werkgever en werknemer. Meer nadruk op het respect waarmee je elkaar benadert. Als je kijkt naar de tijd waarin we leven, dan zie je dat de relatie tussen werkgever en werknemer steeds korter wordt: vaste dienstverbanden worden omgezet in korte, flexibele werkverhoudingen. We hebben een rationele samenleving gecreëerd waarin we misschien de zaken wel redelijk op orde hebben, maar de vraag is of we ons daar gelukkiger door (moeten) voelen. Zeker in tijden van economische stagnatie en zelfs teruggang, blijft het verstandig om ook nadruk te leggen op die andere aspecten.
Ik heb vier agendapunten die voor werknemers belangrijk zijn:
- Ik wil met respect behandeld worden: geef me niet de indruk dat ik er als persoon niet toe doe middels het adagium 'voor jou tien anderen'
- Zorg dat ik zicht heb op continuïteit op de arbeidsmarkt om in mijn levensonderhoud te voorzien. Niet dat ik op een avond naar huis moet gaan en tegen mijn vrouw moet zeggen: “Zoek maar een brug en neem je slaapzak mee, want ik ben alles kwijt.” Maar dat als ik deze baan kwijt raak, dat ik dan geholpen wordt een andere baan te vinden.
- Geef mensen de gelegenheid om te groeien, om zichzelf te ontwikkelen.
-
En 4, de laatste: Ik wil wel een marktconform salaris, wat redelijk is ten opzichte van de prestatie die ik lever. Als de eerste drie punten goed zijn, ontstaat er minder conflict op deze laatste.
.jpg)
Ik had laatst een gesprek met vrachtwagenchauffeurs, die mij wilden spreken over hun arbeidsomstandigheden. Hun grootste klacht is dat hun arbeidsomstandigheden steeds minder worden: dat ze veel en lang van huis zijn en dat ze als nomaden langs parkeerterreinen moeten bivakkeren. Dan vertaalt zich die strijd in de klacht: we krijgen geen loonsverhoging. Ik zeg dan: investeer in die andere aspecten van een arbeidsrelatie. Een ander voorbeeld: kijk naar de schoonmakers die gestaakt hebben, die wilden respect voor het werk wat ze doen. Of denk even aan de politieagenten die al wekenlang aan het staken zijn; het gaat hen met name om meer regie over hun eigen leven.
Hoe zit het met uw eigen leefkracht op moment? Wat ik tekort kom, is tijd. Het belangrijkste is dat je van hard werken niet dood gaat, als je tenminste dingen doet waar je in gelooft. Dat je de ruimte krijgt om met alles wat je hebt en kunt, goed aan de slag te gaan. Als ik voortdurend compromissen met mijzelf moet sluiten of dat ik het gevoel heb dat ik in mijn werk niet gewaardeerd word of dat ik als persoon ontkend word, dan gaat het er uiteindelijk over dat ik er zit voor het geld. Als ik naar mijzelf kijk, dan vind ik dat ik buitengewoon zinvol werk doe. Ik maak hele lange dagen, maar de afwisseling is enorm en ik heb het idee dat ik met die dingen bezig ben, waar ik mee bezig moet zijn.
www.cnv.nl
|