Een gitaar op zolder die ooit met goede bedoelingen is gekocht, is een van de meest voorkomende huishoudelijke voorwerpen in Nederland. Bijna iedereen kent iemand die er een heeft, en meestal is het bij een paar weken gebleven.
Dat ligt zelden aan talent. Het ligt aan de aanpak. Volwassenen beginnen aan een instrument met andere verwachtingen, minder tijd en meer ongeduld dan kinderen, en de standaardmanier van leren is op kinderen afgestemd.
Het voordeel dat je als volwassene wel hebt
Het hardnekkige idee dat je muziek jong moet leren, klopt voor het ontwikkelen van een absoluut gehoor en voor het halen van een concertniveau. Voor het leren spelen van liedjes klopt het niet.
Volwassenen begrijpen structuur sneller. Dat een akkoordenschema zich herhaalt, dat een refrein anders in elkaar zit dan een couplet, dat vier akkoorden samen tientallen nummers dekken: een kind ontdekt dat na jaren, een volwassene ziet het binnen een paar weken.
Waar het misgaat is het geduld. Een kind vindt het normaal om iets honderd keer te doen voordat het lukt. Een volwassene verwacht vooruitgang per sessie en stopt als die uitblijft.
Welke gitaar, en wat het echt uitmaakt
Er zijn ruwweg drie opties. Een klassieke gitaar heeft nylon snaren, die zacht zijn voor je vingertoppen en een brede hals, wat voor grote handen prettig is en voor kleine juist niet. Een westerngitaar heeft stalen snaren, klinkt voller en is wat je op de meeste popopnames hoort, maar snijdt de eerste weken in je vingers. Een elektrische gitaar heeft de dunste snaren en speelt daardoor het lichtst, maar vraagt een versterker erbij.
Het veelgehoorde advies om altijd met nylon te beginnen, is minder absoluut dan het klinkt. Belangrijker is welk geluid je wilt maken: wie thuiskomt bij rockmuziek en op een klassieke gitaar begint, speelt vijf weken iets wat niet klinkt zoals bedoeld.
Besteed liever aandacht aan de afstelling dan aan het merk. De snaarhoogte boven de hals bepaalt hoe hard je moet drukken, en een slecht afgestelde goedkope gitaar speelt zwaarder dan een goed afgestelde. Laat een tweedehands instrument daarom nakijken voor je hem koopt. Dat is ook de duurzaamste route: er staan meer bruikbare gitaren ongebruikt in huizen dan er jaarlijks worden verkocht.
Vijftien minuten per dag verslaat twee uur op zondag
Het aanleren van akkoordgrepen is een motorische vaardigheid, net als typen of fietsen. Zulke vaardigheden zetten zich vast door herhaling verspreid over dagen, niet door lange sessies ver uit elkaar.
Vijftien minuten per dag is daarom effectiever dan twee uur in het weekend, en bovendien veel makkelijker vol te houden. Het is kort genoeg om ook te doen op een dag waarop je er geen zin in hebt.
Praktisch helpt het enorm als de gitaar op een standaard in de woonkamer staat in plaats van in een koffer in de kast. Dat klinkt als een detail, maar het is in de praktijk het verschil tussen wel en niet spelen.
Begin bij een liedje, niet bij de theorie
De klassieke lesopbouw begint bij noten lezen, toonladders en losse oefeningen. Die route werkt, maar het duurt lang voordat er iets klinkt wat ergens op lijkt, en daar haken volwassenen af.
Omgekeerd werkt beter: kies een nummer dat je echt leuk vindt, zoek de akkoorden erbij en accepteer dat het eerst slecht klinkt. De theorie komt vanzelf, en landt beter omdat je dan al weet waar het over gaat.
Dat is ook het uitgangspunt van veel online lesmethodes. Aart Lameris bouwt zijn cursussen bijvoorbeeld rond liedjes die je direct kunt meespelen, met als expliciet doel dat een beginner na één les al iets herkenbaars speelt. Of je dat zelfstandig doet of met begeleiding, maakt minder uit dan dat er vanaf het begin muziek uit komt.
De eerste weken, en wat er dan gebeurt
Met Em, Am, C en G kun je een verrassend groot deel van het Nederlandse en Engelstalige repertoire spelen. Dat zijn ook de vier grepen waar je het eerst mee worstelt.
Je vingertoppen doen de eerste twee weken pijn. Dat gaat over zodra zich eelt vormt, en dat gebeurt sneller als je elke dag kort speelt dan als je een week overslaat.
De grootste hobbel is niet een akkoord, maar het wisselen tussen twee akkoorden in de maat. Dat voelt wekenlang onmogelijk en gaat daarna ineens. Oefen het los: twee akkoorden, langzaam heen en weer, zonder liedje eromheen.
Alleen of met begeleiding
Zelf leren kan prima en is nog nooit zo toegankelijk geweest. Het vraagt wel eigen regie, want jij bepaalt het tempo en jij moet zelf merken wanneer iets niet goed gaat. Het risico is dat je fouten inslijpt die je later moet afleren, meestal in je houding, je linkerhand of je ritme.
Een paar losse lessen aan het begin vangen dat grotendeels af, ook als je daarna zelfstandig verdergaat. Bij online methodes is dat de reden dat video en feedback vaak gecombineerd worden aangeboden.
Zoek je iets anders, kijk dan naar samen spelen. Wie in Nederland op zoek is naar amateurmuziek in de buurt, komt via het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst bij de wegwijzers en de regionale organisaties terecht.
Samen spelen heeft bovendien een praktisch voordeel dat weinig met muziek te maken heeft: er is een afspraak. Een maandelijkse sessie met twee anderen die ook net beginnen, zorgt ervoor dat je in de week ervoor oefent. Dat doet voor de meeste mensen meer dan welke app ook.

Almar Fernhout, hoofdredacteur met 15+ jaar ervaring in duurzame lifestyle-journalistiek. Almar werkt nu niet alleen voor De Betere Wereld, maar is ook oprichter van We Smyle. Een ander bedrijf waarmee hij een betere wereld voor iedereen wil creëren. Lees hier meer over Almar.