Kijk eens in je medicijnkastje. Grote kans dat er een doosje ligt waar je niks meer mee doet. Een antibioticakuur die je halverwege niet meer nodig had. Pijnstillers van een operatie van twee jaar geleden. Een zalf waar je één keer een vinger in hebt gehad.
Dat kastje is geen huishoudelijk detail. Het is de laatste halte van een keten die geld en grondstoffen kost, en die eindigt in het riool als je niet oplet.
Waar het misgaat
Onderzoekers van het Radboudumc rekenden uit dat Nederland ongeveer 100 miljoen euro per jaar kan besparen door ongebruikte medicijnen opnieuw uit te geven in plaats van ze te vernietigen. Alleen al bij kankermedicatie gaat het om 25 miljoen euro. Dat zijn dure middelen die in verzegelde doosjes worden ingeleverd, in goede staat, en die vervolgens de verbrandingsoven in gaan omdat de regels het niet anders toestonden.
Sinds juni 2023 mogen tien extra ziekenhuizen, waaronder alle umc’s, medicatie wel opnieuw uitgeven. Dat is winst, maar het lost het probleem thuis niet op.
Want thuis gaat het anders. Van alle ongebruikte medicijnen komt ongeveer de helft terug bij de apotheek. De rest verdwijnt in de wc of bij het restafval. Volgens het Radboudumc belandt er jaarlijks zo’n 190.000 kilo medicijnresten in het oppervlaktewater. Waterschappen halen dat er niet zomaar uit; de meeste zuiveringsinstallaties zijn er niet op gebouwd. Wat overblijft, komt terecht in het water waar vissen in leven en waar drinkwaterbedrijven uit putten.
Wat je er zelf aan kunt doen
Dit is geen verhaal waarin de consument alle schuld krijgt. De grootste besparingen zitten in het systeem, bij ziekenhuizen en fabrikanten. Maar er zijn vier dingen die op keukentafelniveau echt schelen.
Lever in bij de apotheek, altijd. Niet in de wc, niet bij het oud papier, niet in de grijze bak. Vrijwel elke apotheek neemt medicijnen terug, en veel gemeenten hebben een innamepunt bij de milieustraat. Het kost je vijf minuten en het houdt de meest schadelijke stoffen uit het water.
Ruim één keer per jaar op. Zet het in je agenda naast het moment dat je de rookmelders test. Gooi weg wat over datum is, en check wat je nog echt gebruikt.
Vraag om een kleinere startverpakking. Bij een nieuw middel weet je vaak nog niet of je het verdraagt. Apothekers geven op verzoek regelmatig een proefhoeveelheid mee in plaats van drie maanden in één keer. Je hoeft er alleen om te vragen.
Bestel niet meer dan je nodig hebt. Dit klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk werkt het andersom: hoe groter de verpakking, hoe lager de prijs per pil, dus hoe verleidelijker de grote doos. Bij online aanbieders speelt hetzelfde. Platforms als apo365 werken met een medische vragenlijst en een arts die de aanvraag beoordeelt voordat er iets verstuurd wordt. Na het plaatsen van je bestelling legt die arts via een beveiligde chat nog een vraag aan je voor, zodat de hoeveelheid ook echt iets is wat je bespreekt. Kies dan de behandelperiode die je nodig hebt, niet de doos met de beste stuksprijs.
Waarom dit niet alleen over milieu gaat
Er zit ook een minder besproken kant aan een vol medicijnkastje. Restjes antibiotica die mensen bewaren voor een volgende keer, worden regelmatig op eigen initiatief opnieuw genomen, vaak bij een klacht waar ze niet voor bedoeld zijn. Dat draagt bij aan resistentie. Slaapmiddelen en zware pijnstillers die jarenlang binnen handbereik liggen, zijn een risico in huishoudens met tieners.
Opruimen is dus niet alleen een duurzame keuze. Het is ook gewoon veiliger.
Het gemakkelijke deel
Van alle dingen die je kunt doen voor een kleinere voetafdruk, is dit een van de weinige die geen investering vraagt en geen gewoonte hoeft te veranderen. Geen zonnepanelen, geen warmtepomp, geen dieet. Alleen een tas met oude doosjes die je meeneemt de volgende keer dat je toch al langs de apotheek gaat.
Doe het deze week. Dat kastje wordt er niet leger van als je wacht.
Bronnen: Radboudumc, achtergrondartikel over medicijnverspilling en heruitgifte (2023); Rijksoverheid over inzameling van medicijnafval.

Almar Fernhout, hoofdredacteur met 15+ jaar ervaring in duurzame lifestyle-journalistiek. Almar werkt nu niet alleen voor De Betere Wereld, maar is ook oprichter van We Smyle. Een ander bedrijf waarmee hij een betere wereld voor iedereen wil creëren. Lees hier meer over Almar.